|
Godsvrede,
De “IJzerwake” herdenkt.
En dat is goed. Men komt niet van nergens. Het is een
hoogst ridicule puberale gedachte dat de wereld bij
jezelf begint. Men is onvermijdelijk ook een afstammeling,
en pas wanneer men dat aanvaardt kan men de ambitie
hebben een voorvader te worden. Het is gezond en verrijkend
je verleden te koesteren, maar het is steriel je heden
erin te koesteren. Je haalt inspiratie uit het verleden,
maar het heden en de toekomst mogen er niet door gedetermineerd
worden, mogen noch kunnen er een kloon van worden. Ik
las ooit een mooie verwoording van deze gedachte –
ik citeer -: “De voorvaderen moeten in mij, herboren,
voortleven, scheppend voor een verder gevorderde wereld”.
Zo beleef ik dat ook m.b.t. het Vlaams-nationalisme.
Hier te Steenstrate voel ik mij, samen met U, over vele
generaties heen verbonden met de Vlaamsgezinde Frontsoldaten,
de verwekkers van de Frontbeweging en later van de Frontpartij,
dragers van een politiek Vlaams-nationalisme. Vanuit
hun toenmalige “Godsvrede”-gedachte probeerden
zij de levensbeschouwelijke verschillen, hoofdzakelijk
tussen katholiciteit en vrijzinnigheid, in de politieke
praktijk te overstijgen binnen één Vlaams-nationaal
partijverband. Maar een echt succesverhaal werd die
godsvrede van toen niet. En tot op vandaag, zovele decennia
later, blijft “Godsvrede” een grote Achilleshiel
van het Vlaams-nationalisme. Uiteraard geef ik dat concept
van “Godsvrede” in deze beginnende 21ste
eeuw een bredere inhoud dan de nagenoeg strikt levensbeschouwelijke
waar het de Fronters in de eerste deccennia van de vorige
eeuw om te doen was.
Ik zie hier op deze weide een aantal
vriendinnen en vrienden waarvan ik de schakeringen in
hun maatschappelijk denken zowat ken. Ik zie vele kennissen
die ik op sommige punten enigszins politiek kan situeren.
Ik zie U allen, meerdere duizenden die ik niet ken.
Maar ik heb hier en vandaag de zekerheid dat wij met
z’n allen alvast één streven delen,
te weten het streven naar een Vlaamse natie die via
een eigen Staat welvaart en welzijn schept voor haar
burgers, die onbevoogd en open deelneemt aan het internationale
gebeuren. En precies vanuit die positieve betrachting,
en niet uit welkdanig negativisme, zijn wij met z’n
allen separatist, niet op een omfloerste maar op een
open , enthousiaste, assertieve wijze. Het gaat hier
zondermeer om opties die binnen een parlementaire democratie
voluit een legitiem en honorabel bestaansrecht hebben.
Maar er is een probleem. Sta me toe
om heel concreet te zijn. Een zeer goede Vlaams-nationale
vriend krijgt in privékring van mij nu en dan
plagerig te horen: “Wij willen deze Belgische
Staat splitsen, maar we slagen er nog niet in om een
kiesarrondissementje gesplitst te krijgen”. Mag
men zoiets niet uitspreken om moedeloosheid te ontlopen?
Deze konfrontatie kan hard zijn, maar ze kan tegelijkertijd
uiterst heilzaam zijn omdat ze ons verplicht de oorzaken
van een dergelijk, ergerlijk, Vlaams-nationaal onvermogen
te benoemen. Ze zijn ongetwijfeld velerlei, maar een
ervan is trefzeker een niet werkzame en soms zelfs onbestaande
“Godsvrede”. Hoezo?
Hier te Steenstrate willen wij met
z’n allen de Vlaamse zelfstandigheid. Maar ik
weet met een even grote zekerheid dat wij onderling
bijwijlen zeer uiteenlopende en soms zelfs haaks op
elkaar staande meningen hebben over belangrijke aangelegenheden,
sociale, ethische, economische, culturele, filosofische…
en ga zo maar door. Het getuigt van een levendig democratisch
gebeuren binnen Vlaanderen, met alle kleuren van de
regenboog die, zoals iedereen weet, onvermijdelijk loopt
van uiterst links naar uiterst rechts en vice versa.
Dit democratische gehalte van Vlaanderen wordt wel voortdurend
bedreigd door diegenen die op een autoritaire ondemocratische
manier, liefst verscholen achter ethische voorwendsels,
of het uiterst linkse, of het uiterst rechtse deel van
de boog willen wegsnijden. Ze roepen dat “linkse
ratten hun matten moeten rollen”, waarop de tegenkreet
komt dat “rechtse mestkevers “moeten worden
uitgeroeid”. En tot slot zien de “ratten”
en de “mestkevers” in het centrum van de
boog alleen nog “mosselen”. Voorwaar, een
beestenboel.
De regenboog moet stuk onder het motto:
“De gedachten zijn vrij op voorwaarde dat het
de mijne zijn”. Buiten het Vlaams-nationalisme
is de ijver in deze richting des te groter. Belgicisten
zijn als de dood voor een Vlaams-nationale godsvrede
die ze steeds weer onderuit trachten te halen via de,
in een democratie, hoogst normale verschillen in ethische
materies, in sociale keuzes, in economische opties,
in internationale politieke opstellingen … en
zo verder. En tot op heden vonden zij binnen Vlaams-nationale
middens nu en dan objectieve bondgenoten in de ondermijning
van die godsvrede, essentieel instrument in de democratische
strijd voor onafhankelijkheid. In dat verband past ,
hier te Steenstrate, een “groot pardon”
tegenover de talloze Vlaams-nationale militanten verspreid
over de U nu al bekende regenboog. Ik spreek dat “pardon”
uiteraard alleen in mijn eigen naam uit, maar zet bij
deze ook anderen ertoe aan om hetzelfde te doen: Ook
ik heb, uiteraard met goede maar nationaal niet altijd
doordachte bedoelingen , bijwijlen objectief meegewerkt
aan een ondergraving van de “Godsvrede”
als een van de hefbomen naar onafhanklijkheid. Ik wil
bij deze een engagement aangaan, en roep iedereen op
dit samen met mij te doen. Het is geen engagement om
opinies allerhande over zovele uiteenlopende maatschappelijke
aangelegenheden af te zweren, of zelfs nog maar onder
de korenmaat te houden. Integendeel. Binnen een parlementaire
democratie kunnen wij rustig onder elkaar over dat alles
van mening verschillen en, wanneer wij het nodig achten,
zelfs als harde tegenstanders van elkaar optreden. Een
dergelijke situatie zal trouwens ook in een onafhankelijk
democratisch functionerend Vlaanderen blijven bestaan.
Het engagement geldt wel voluit dat bovengenoemde verschillen
nooit meer de godsvrede m.b.t. onze nationale aangelegenheid,
te weten de democratische strijd voor onafhankelijkheid
, mogen doorbreken. Onder die modaliteiten maken we
allen samen enthousiast tot ons devies: als het om de
natie gaat zijn wij één..
Bij die “godsvrede“ kan,
in deze beginnende 21ste eeuw, een strategisch luik
niet ontbreken. Vlaams-nationalisten opereren politiek
vanuit meerdere partijen. Deze situatie hoeft niet onontkoombaar
de “godsvrede” in gevaar te brengen. Onder
bepaalde voorwaarden zou ze zelfs de slagkracht van
het Vlaams-nationalisme kunnen vergroten. En een van
die voorwaarden is de “godsvrede”. Zij die
deelnemen aan de macht en beweren stap voor stap te
werken aan de weg die naar onze onafhankelijkheid moet
leiden, zijn Vlaams-nationaal en democratisch goed bezig…
als ze ook effectief belangrijke stukken van die weg
afwerken en als de daarbij gesloten kompromissen Vlaanderens
toekomst niet blijvend afremmen. Zij die in de oppositie
zitten kunnen niet aflatend en kompromisloos de these
van Vlaanderens onafhankelijkheid naar voorschuiven,
en door hun sterkte de Vlaams-nationale collega’s
en hun kartelpartners die deelnemen aan de macht, onder
de dreiging van een dodelijke electorale afstraffing,
tot verdere stappen dwingen. Op die manier zijn ook
zij Vlaams-nationaal en democratisch goed bezig, en
het tegendeel van “niets doende schreeuwers aan
de kant van de weg”. De eersten krijgen vanuit
de machtsuitoefening de neiging om zich exclusief te
focussen op het “mogelijke”. De tweeden
beklemtonen vanuit de oppositie voortdurend het “noodzakelijke”.
Hierbij denk ik onvermijdelijk aan een voormalige hoofdredacteur
van de N.R.C., de heer Heldring, die ooit schreef –
ik citeer -: “Als je alleen wil bereiken wat je
kan bereiken, dan zal je zelfs dat laatste niet bereiken”.
Maar deze twee elementen , het “mogelijke”
en het “noodzakelijke” hoeven niet tegenover
elkaar te staan. Ze kunnen samenkomen in de uitstekende
operationele twee-eenheid van de “godsvrede”.
Immers, politiek is niet, zoals zovelen maar al te graag
uitbazuinen, “de kunst van het mogelijke”.
Politiek is wel “ de kunst om mogelijk te maken
wat noodzakelijk is”.
En als straks, en vooral over een jaar,
begrijpelijke electorale concurrentiële spanningen
hoogtij vieren, en als regeringsonderhandelingen de
zenuwen slopen, laten Vlaams-nationalisten dan, in hun
normale onderlinge strijd om de kiezer en om de macht,
nooit meer het “godsvrede”-principe vergeten:
“ als het om de natie gaat zijn we één”.
Dan kunnen we rustig en trefzeker een passage uit een
lied dat ons allen heel dierbaar is, parafraseren tot:
“Ze zullen ons niet temmen”.
Eric Defoort
20 augustus 2006

Volgend jaar zijn we wéér op post!
klara

Terug naar fotoweb... |
|