Huguette De Bleecker-Ingelaere op 26 April 2006

Huguette De Bleecker-Ingelaere aan het woord :
De annalen van de Vlaamse Kring Turnhout noteerden voor de datum 26 april 2006 een primeur. Voor de allereerste keer werd verzamelen geblazen binnen de oergezellige muren van de ‘Lamme Goedzak’, te situeren inde al even oergezellige Bloemekesgang. Huguette De Bleecker-Ingelaere, destijds mee aan de FVV-wieg (Federatie Vlaamse Vrouwengroepen) liet er hart en verstand spreken over ‘vrouwen in de repressie’. Zakelijk betoog, wars van alle emoties, wars van elk sentiment. Al waren emoties en sentiment duidelijk onderhuids aanwezig. Maar Huguette koos bewust voor de koele benadering van een thema, officieel nog steeds geboekstaafd als een groot taboe, officieel nog steeds één grote ontkenning. Het boek ‘vrouwen in de repressie’ werd uitgegeven in 1987. Schrijfster mevrouw De Bleecker-Ingelaere noemt het de neerslag van een lange reeks interviews. Gesprekken met een schrijnende inhoud, gesprekken ook met vrouwen waarop geen naam wordt geplakt. Nota bene op verzoek van de betrokkenen zelf. Huguette De Bleecker-Ingelaere: “Waarom, na zovele jaren, nog die naamloosheid? Waarom dat ogenschijnlijk wellicht wat onbegrijpelijk taboe? Kijk, de gebeurtenissen van toen maken nog altijd deel uit van een onverwerkt verleden. Doorheen de officiële bril gebeurde er destijds niks dat het daglicht niet kon verdragen. Simpel dus… er is niks gebeurd. Wat maakt dat we hier met een nagenoeg onbespreekbaar iets op schoot zitten. Want volgens België is er, zoals al gezegd, niks gebeurd. En de betrokkenen houden hun pijnlijk dramatische herinneringen opgesloten en verdrongen.”
De repressie was een hatelijk monster.
De repressie stortte zich op de anonieme, gewone vrouw. Niet vergeten dat de kinderen vaak al evenmin ongemoeid werden gelaten.
Wie waren die vrouwen?
Eén: de niet-georganiseerden, (echtgenote van, moeder van, grootmoeder van, dochter van en noem maar op.
Twee: vrouwen die in de naoorlogse periode uit pure menslievendheid hulp boden aan zogeheten ‘zwarten’.
Drie: de toevalligen (een naamloze beschuldiging volstond om iemand op te pakken).
Vier: de georganiseerden: (vrouwen als lid van één of ander Vlaamse vereniging).
De repressie droeg een dubbel masker. Er was de straatterreur, de straatrepressie. Het woord ‘volkswoede’ wordt ook wel gebruikt als uithangbord. En er was de officiële repressie. Volkswoede is het grillig kind van een gezagsvacuüm. geen normen, geen wetten. Alles kan,alles mag. Voor ophitsing zorgen de media (of denk maar aan de opzwepende uitlatingen vanuit Londen van een zekere Jan Moedwil).Ongure elementen komen de straat op, vinden elkaar. Bendevorming. Dat staat garant voor roven en plunderen. Om over het overige nog maar te zwijgen. Jongeren doen mee. Ze hebben er meestal niet het flauwste idee van waarover het gaat, laten zich gewillig op sleeptouw nemen. ’t Is plezant als alles kan, alles mag. De slachtoffers van die terreur (repressie klinkt in onze oren veel te mild) spreiden zich over verschillende categorieën. Gemakkelijke slachtoffers zijn er bij bosjes. Zij die totaal worden verrast, zij die behoren tot het contingent ‘zwakkeren’ (ouderen, vrouwen, kinderen). En je weet hoe ‘de straat’ er tegenaan ging. Vooral wat vrouwen betreft werden zowat alle grenzen verlegd. Kaalscheren, beschilderen (hakenkruis), lichamelijk geweld en meer van dat fraais. De officiële repressie bleek al even stuitend, maar dan wel op een meer geraffineerde manier. Eenmaal de willekeur van ‘de straat’ aan banden gelegd en ging de overheid rechtertje spelen. Een aantal in voorlopige gevangenissen opgesloten vrouwen kwam vrij. De anderen, en zij vormden de grote meerderheid, werden ondergebracht in gevangenissen of kampen. De Belgische repressie was loodzwaar. Ook Frankrijk ging er meer dan brutaal tegenaan, maar kwam op een ogenblik met zichzelf, min of meer dan toch, in het reine. Er werd gepraat over de repressie, er werden wonden geheeld. In ons land bloeit, bij wijze van spreken, de haat nog steeds even weelderig.
Verhelderende cijfers:
a) belgië legde 504 157 dossiers aan (vertegenwoordigt zo’n 1,5 miljoen mensen)
b) uiteindelijk werden, door een militaire rechtbank welteverstaan, 57 161 dossiers behandeld,
c) in Vlaanderen werden veel meer mensen vervolgd én veroordeeld dan in Wallonië,
d) in 1946 vertoefden 6000 vrouwen in gevangenissen.
Op grond van welke beschuldigingen? Dat varieerde. Kies maar: economische collaboratie, de wapens opgenomen tegen belgië, intellectuele collaboratie, spionage. Wie een hond wil slaan vindt altijd wel een stok. In 1948 verbleven nog altijd 1750 vrouwen in een cel. Welke Vlaamse bevolkingslaag werd door de repressie geviseerd? De middenstand én de bovenlaag van de gewone arbeidersstand. Let wel: in zeer vele gevallen bleek de vrouw politiek nauwelijks bewust, draaide zij op als zonderbok voor politiek bewustzijn en streven van haar man. En daar diezelfde man vaak gevlucht, ondergedoken… was, werd voor de gemakkelijkste weg gekozen.
Weer thuis.
De Vlaamse vrouw uit de gevangenis, de Vlaamse vrouw weer thuis. Terug in het gewone, alledaagse leven. Zo gemakkelijk verliep die terugkeer niet. Velen waren ‘hun gezicht’ kwijt, voelden dat alvast zo aan. De man had zijn werk, zijn sociale leven. De vrouw van toen was overwegend uitsluitend huisvrouw. Kortom, het werd vaak een nieuw leven boordevol vallen en opstaan, een zich behelpen. Er speelden zich talrijke drama’s af. Gezinnen vielen uit elkaar, kinderen werden geplaatst, hun studie kwam wezenlijk in het gedrang en ga zo maar voort. De man wiens vrouw uit de gevangenis weerkeerde werd niet zelden geconfronteerd met een ‘andere’ vrouw. En dat er tijdens de repressie ettelijke mensenrechten werden geschonden zal de hermelijnblanke democratie die belgië heet allicht ook nooit erkennen. Over dit hoofdstuk van pure schande kan en mag niet gezwegen worden.
Huguette De Bleecker-Ingelaere heeft indringend gezegd en geschreven wat dit apenland officieel niet wil weten.
Hugo Crols
Klik hier voor de foto's
Foto's: Klara Hertogs en Roger Verhoosel

Terug naar fotoweb...